Een huisdier is een dier dat in of om het huis woont en leeft.
In ruimere zin vallen ook boerderijdieren als paarden, koeien en geiten etc er onder (landbouwhuisdieren). Vroeger werden huisdieren voornamelijk gehouden om hun nut, bijvoorbeeld als waakhond, of een kat tegen de muizen. Tegenwoordig worden dieren vaak uitsluitend als gezelschapsdier gehouden. Het eerste dier dat door de mens om het huis gehouden werd, was de hond.
In Nederland heeft meer dan de helft van alle huishoudens een huisdier. 22 op 100 Belgische huishoudens hebben minstens één hond en 23 op 100 minstens één kat.
Een huisdier is in de regel tam en van jongs af aan door mensen grootgebracht. Exotische huisdieren zijn soms niet tam te maken, bovendien worden ze vaak in het wild gevangen. Over het in huis mogen houden van deze dieren bestaat veel discussie, zeker als het gaat om diersoorten die in het wild niet meer algemeen voorkomen of zelfs sterk zijn bedreigd. Enkele soorten vogelspinnen zijn hiervan een goed voorbeeld, maar ook voor papegaaien, reptielen en amfibieën kan dit opgaan.
In België en sommige andere landen is het verboden om een aantal soorten dieren als huisdier te houden. Meestal gaat het om exotische dieren, zoals apen en zeldzame vogels. Bedreigde diersoorten mogen vrijwel nergens als huisdier gehouden worden, maar ook schadelijke soorten zoals de muskusrat zijn verboden als huisdier, omdat ze te veel schade kunnen veroorzaken aan de omgeving indien ze ontsnappen. Sommige dieren zijn bovendien gevaarlijk, zoals giftige slangen en schorpioenen.
Indien reptielen en amfibieën thuis worden gehouden, spreekt men over een terrarium, of in het geval van vissen of andere waterbewoners een aquarium. Een combinatie hiervan (een bak met water en land voor bijvoorbeeld schildpadden), heet een paludarium. De behuizing van sommige dieren heeft een naam al naargelang het dier, zo leven mieren in een formicarium en kreeften in een homarium.